Cornelis Helling

Hieronder volgt een korte levensbeschrijving van Cornelis Helling, medeoprichter van de Société Jules Verne te Parijs op 31 juli 1935, samen met de heren Jean Guermonprez, vice-consul voor Frankrijk te Luik en Edmondo Marcucci uit Italië. Deze tekst is een licht gewijzigde versie van een artikel van Cees Moonen, verschenen in Verniaan 20.

Foto: Cornelis Helling

Cornelis Helling

Cornelis Helling werd op 9 september 1901 te Amsterdam geboren. Zijn roepnaam was Bob. Zijn vader werkte bij de toenmalige PTT. Cornelis was enig kind en werd nogal beschermd opgevoed.
Nadat hij de lagere school en de HBS-A goed had doorlopen, ging hij het notariaat in en heeft hij zijn gehele werkzame leven als administratief medewerker op een notariskantoor doorgebracht te Amsterdam.
Zijn vader was een fanatiek liefhebber van de boeken van Verne en heeft dit in nog verhevigde mate kunnen overbrengen op zijn zoon: met alle aan ons bekende gevolgen. Een van deze gevolgen was dat Cornelis nog veel meer francofiel was dan zijn vader: hij sprak de Franse taal “beter” dan de Fran­sen en had er soms plezier in om zichzelf als Fransman voor te doen om dan bijvoorbeeld op een Nederlands reisbureau zijn vragen in het Frans te stellen. Daarnaast was het niet mogelijk om ook maar enige kritiek te hebben op alles wat op Frankrijk betrekking had: hij was Franser dan de Fransen! Wanneer Helling later naar Parijs ging voor bestuursvergaderingen van de Société, had hij geen enkele belangstelling voor de “Franse keuken”: hij had het veel te druk met het opsnuiven van de Franse cultuur in de breedste zin des woords. Een gezelligheidsmens was hij dus zeker niet. Wel had hij daar veel contact met o.a. de ons bekende Marguerite Allotte de la Fuÿe; Helling heeft enorm veel met haar gecorrespondeerd over Verne, dat spreekt voor zich.

Als kind van omstreeks 12 jaar begon hij verhaaltjes te schrijven naar de trant van Jules Verne en illustreerde deze ook zelf. Van deze pennevruchten is een schriftje bewaard gebleven met de titel: Het onbekende eiland.

Qua karakter was Cornelis Helling wat je noemt een “Pietje precies”. Niet alleen voor zichzelf tijdens zijn onnoemlijk vele zoektochten naar Verne-materiaal, maar ook voor anderen in zijn directe omgeving, zoals zijn gezin. Het fanatiek beoefenen van zijn hobby en de eerder genoemde beschermde opvoeding waren er mede oorzaak van dat hij, buiten zijn vele contacten m.b.t. zijn hobby, een wat teruggetrokken leven leidde.
Daar hij als medewerker op het notariskantoor niet bepaald een riant inkomen had ging hij, om abonnementsgeld uit te sparen, regelmatig tussen de middag naar bibliotheken teneinde aldaar alle binnen- en buitenlandse kranten en tijdschriften na te pluizen of er nieuws instond over zijn “held”. Zo ja, dan werd de complete tekst minitieus overgeschreven op een zo klein mogelijk stukje papier, om daarna dit papiertje in het desbetreffende boek op te bergen. In de loop der jaren heeft hij op deze manier honderden kleine briefjes vol geschreven en bewaard. Doet dit niet denken aan Verne met zijn omvangrijk archief?
Hier wil ik ook nog verwijzen naar een artikel over Mr. E.M.C.B. Franquinet. Daarin komt een passage voor over Cornelis Helling bij Franquinet thuis in de jaren 1941/2, wanneer Franquinet bezig is met het schrijven van de tot nu toe enige verschenen biografie over Verne in de Nederlandse taal. Het blijft natuurlijk wel een “open vraag” waarom deze beide heren niet de handen ineen hebben geslagen om de nog niet vertaalde verhalen van Verne eendrachtig te vertalen in het Nederlands: allebei wat je noemt veel-schrijvers in de goede betekenis van het woord, samen Verne als grote hobby en beiden meester in de Franse taal. Mijn vermoeden is dat de heren qua karakter elkaars tegenpolen waren en dan kun je dit soort activiteiten rustig vergeten. Bovendien, Helling kon niet commerciëel denken. Hij zal er geen brood in hebben gezien. En vooral, Jules Verne moest je in het Frans lezen!
Helling was er trots op nog even, 4 jaar, zij het onbewust, in dezelfde tijd geleefd te hebben als Jules Verne. Zeer verontwaardigd was hij wanneer iemand beweerde dat Verne slechts een schrijver was van jongensboeken.

Naast zijn grote liefde voor Jules Verne, had Cornelis Helling nog andere hobby’s. Zijn grote idolen waren ook: Napoleon, Edgar Allan Poe en Wells. Maar naast Verne eindigde ex-aequo de schrijver van de boeken over Sherlock Holmes: de auteur Arthur Conan Doyle (1859–1930). Helling was de oprichter, in oktober 1952, van de “Dutch Sherlock Holmes Society”, The Crew of the S.S. Friesland; hij schreef ook over deze held menig artikel en vertaalde een en ander. Helling rookte graag een pijp en bewaarde zijn tabak, zoals Sherlock Holmes, in een Persische muil. Hij vertoonde zich bij bijzondere gelegenheden wel eens met de voor Holmes zo karakteristieke “deer stalker”.
Een ander eigenaardig trekje van Cornelis Helling was het volgende. Hij corrigeerde en becommentarieerde de drukproeven van de ons bekende blauwe bandjes van Elsevier en verlangde daarna de uitgaven te ontvangen. Ook heeft hij de drukproeven van het boek Uit liefde voor de vlag (Face au Drapeau), vertaald door Houbaer in 1948, van commentaar voorzien.
Talloos zijn de artikelen die Helling in allerlei binnen- en buitenlandse kranten en tijdschriten heeft gepubliceerd. Sla de “Margot” er maar eens op na: 43 artikelen waarvan de eerste werd gepubliceerd in de Journal d’Amiens in maart 1931 met als titel: Jules Verne vu par un hollandais en het laatste in oktober 1982, over wie anders dan zijn twee grootste helden: Verne en Holmes. En dan te bedenken dat deze “Margot” echt niet volledig is, vraag dat maar aan onze archivaris, Pieter Akkerman!

Voor de enorme verdiensten die Cornelis Helling heeft gehad voor de gehele “Jules Verne Wereld”, is hij terecht regelmatig in het zonnetje gezet. Wij mogen niet nalaten de volgende “onderscheidingen” te noemen, zonder compleet te willen zijn:

Uit het bovenstaande moge wel blijken hoe groot de internationale reputatie was van deze erudiet.

Naarmate Cornelis Helling ouder werd, werd hij slechthorend en verloor daardoor meer en meer het contact met de buitenwereld. Het overlijden van zijn echtgenote in 1992 heeft hij moeilijk kunnen verwerken. Hij vereenzaamde en is op 10 maart 1995 te Emmeloord overleden.
Zoals de meesten wel zullen weten is zijn nalatenschap begin maart 1996 geveild door Van Gendt Book Auctions te Amsterdam.

Bronnen: